Maak kennis met “Lady MCBETH”

Lady MacBeth

Ik voel het nog steeds… dat bloed dat niet wijkt. Geen water kan het wegwassen, geen nacht kan het verbergen. Ik was het die hem aanzette, die hem fluisterde dat hij meer kon zijn dan wat het lot hem gaf. Macht ik proefde het al voordat het de onze was.

Maar nu… nu fluistert het terug. In elke stilte hoor ik wat wij hebben gedaan. Mijn handen beven, al zeg ik dat ik sterk ben. Was ik dat ooit? Of heb ik mezelf alleen maar wijsgemaakt dat ik geen geweten had?

Ga weg, vlek. Ga weg, zeg ik. Waarom blijf je? Waarom kijk je me aan alsof jij de waarheid bent, en ik de leugen?

De kroon weegt zwaar… zwaarder dan schuld.

Het Koor

Wij zien wat anderen niet willen zien.
Wij fluisteren waar de wind het draagt, tussen heide en duisternis.
Bloed roept om bloed, en wat gezaaid is in ambitie, groeit uit tot ondergang.

Zie hoe de nacht zich sluit rond hen die te hoog grijpen.
Zie hoe de kroon brandt op een hoofd dat haar niet dragen kan.
Wij zingen niet van hoop, maar van waarheid:
dat geen mens ontsnapt aan wat hij zelf ontketent.

Luister… want ons lied is geen waarschuwing meer
het is een oordeel dat reeds is begonnen.

MacBeth

Ik ben Macbeth, Thane van Glamis,
door lot en zwaard tot eer verheven.
Wat ooit slechts fluistering was in de nacht, groeit nu tot donder in mijn borst.

De kroon, zij lonkt geen verre droom meer, maar een schaduw die mij volgt bij elke stap. Is het mijn hand die haar grijpen zal, of het noodlot dat mij voortdrijft tot de daad?

Bloed en eer, zij twisten in mijn ziel,
en stilte wijkt voor stemmen die mij tergen.

Toch ga ik voort, waar duister mij ook leidt,want wie naar macht verlangt, ontwijkt het licht.

Lennox

Ik ben Lennox, edelman van Schotland,
getuige van wat beter ongezien bleef.
Waar eens de orde heerste onder koningen, sluipt nu het wantrouwen door elke zaal.

Wat men ons zegt, klinkt helder als de dag en toch, hoe donker schijnt de waarheid daarachter. O, hoe wonderlijk vallen daden samen, als toeval steeds de kroon lijkt te beschermen.

Ik spreek, doch slechts in schaduw en in zinspel, want open woord vindt zelden veilige grond. Maar wie goed luistert, hoort de waarheid fluisteren:
dat macht, door bloed verkregen, nooit in rust kan staan.

Macduff

Ik ben Macduff, Thane van Fife,
geen vriend van tirannie, geen dienaar van onrecht. Mijn hart behoort aan Schotland, Niet aan een kroon die door bloed is bevlekt.

O land, hoe diep zijt gij gevallen,
nu angst regeert waar eer ooit stond.
Mijn stem zal niet zwijgen, al kost het mij alles, want waarheid duldt geen ketenen.

Wat mij is ontnomen, brandt als vuur in mijn ziel, en elke traan smeedt mijn wil tot staal. Laat hem beven die zich koning noemt want recht zal komen, al moet ik het zelf brengen.

Koning Duncan

Ik ben Duncan, koning van dit land,
door God en recht op deze troon geplaatst. Mijn zorg is vrede, mijn wens is trouw, opdat mijn volk in rust mag leven.

Ik zie de eer in hen die mij dienen,
en schenk mijn vertrouwen zonder vrees.
Want wat is een koning zonder geloof
in de harten van zijn edelen?

Toch al schijnt de wereld helder en oprecht, geen oog doorziet geheel de ziel van de mens. Moge mijn huis mij veiligheid bieden, en mijn vertrouwen niet tot val mij worden.

Banco

IDe nacht drukt zwaar op mijn ziel… en toch is het niet de duisternis die mij verontrust, maar zij. Lady Macbeth. In haar ogen brandt een vuur dat geen warmte kent, alleen wil… alleen honger.

Macbeth, mijn vriend, jij stond ooit vast als een rots. Maar nu buig je niet voor een vijand, maar voor haar woorden. Wat fluistert zij in jouw oor dat jouw hart zo doet wankelen?

Er groeit iets donkers in dit kasteel… iets dat zelfs de sterren doet wegkijken. En zij… zij is de stilte vóór de val.

Zoon Lady en Macbeth

De nacht kent mij niet… en toch draag ik haar schaduw.
Mijn vader spreekt minder, mijn moeder kijkt door mij heen,
alsof ik slechts een echo ben van iets wat zij verloren hebben.

Er hangt iets in deze muren dat niet wordt uitgesproken.
Bloed zonder wond, angst zonder naam.
Ik voel het in elke stap die zij zetten, in elke stilte die te lang duurt.

Ben ik hun toekomst… of slechts een herinnering aan wat niet mocht zijn?
Want waar zij kijken, zie ik geen liefde alleen een leegte die groeit

Adrian Goemans

IIk zie het stuk niet als woorden op papier, maar als adem… als spanning die groeit in stilte.
Elke stap, elke blik moet voelen als een dreiging die nog niet is uitgesproken.

Lady Macbeth is geen schreeuw, maar een fluistering die alles verandert.
Macbeth geen held, maar een man die langzaam breekt onder wat hij zelf heeft gekozen.

En het publiek… zij mogen niet kijken van een afstand.
Nee zij moeten voelen dat de duisternis ook in hén schuilt.